de Fijma genealogie home   |   overzicht   |   naamindex

 

JAN JACOBSZ FIJMA    

Geboren te Enkhuizen op 2-3-1789, overleden aldaar 24-4-1831 op de Nieuwe Haven. Metselaar en arbeider. Zoon van Jacob Maartensz en Grietje Benders Fijma.

Hij trouwt op 17-11-1810 te Enkhuizen met Atris Hendriks Klaassen (van Hen), gedoopt te Enkhuizen op 30-11-1791, overleden aldaar op 1-12-1845. Ze is de dochter van Hendrik Claasz en Petertje Johannis.
Uit dit huwelijk:

  1. Jacob, geboren te Enkhuizen op 12-3-1812, overleden aldaar 10-12-1843. Schilder. Hij trouwt met Meyna Maria Andringa.
  2. Pietertje, geboren te Enkhuizen op 17-8-1813. Zij trouwt met Johannes Schrader, sjouwer. Kinderen: Grietje (Leeuwarden 1834), Aaltje (Harlingen 1835) en Hendrika Margaretha (Amsterdam 1855).
  3. Bendert, geboren te Enkhuizen op 28-6-1815, overleden 1837. Overlijdensakte van 24-2-1837 uit Sas van Gent, hij is daar in het militair hospitaal gestorven.
  4. Hendrik, geboren te Enkhuizen op 1-6-1817, overleden aldaar 4-4-1897. Arbeider. Hij trouwt met Geertje Schraal en hertrouwt met Trijntje Lourens Knukkel.
  5. Eelke, geboren te Enkhuizen op 10-1-1819, overleden aldaar 25-9-1856. Arbeider. Hij trouwt met Grietje Heins Hofman.
  6. Johannes, geboren te Enkhuizen op 22-7-1821, overleden aldaar 22-2-1860. Visser. Hij trouwt met Eeltje Frankfort en hertrouwt met Ebeltje Sluiter.
  7. Aaldert, geboren te Enkhuizen op 23-9-1823, overleden aldaar 6-3-1892. Arbeider. Hij trouwt met Stijntje Pieters.
  8. Eelse Postma, geboren te Enkhuizen op 7-8-1825, overleden aldaar 28-3-1906. Arbeider. Hij trouwt met Antje de Jong en hertrouwt met Jacoba Bruinier.
  9. Sybrand, geboren te Enkhuizen ca 1828, jong overleden.
Dit waren moeilijke tijden voor Enkhuizen met veel armoede. Er werden meer huizen afgebroken dan gebouwd, wat niet zo best is als je metselaar bent. De kinderen van Jan en Atris gaan dan ook naar de armenschool en als Jan overlijdt staat Atris er alleen voor met haar zeven kinderen. Het gezin verhuist van 't Noord naar Pakhuizen en houdt zich in leven met o.a. wol spinnen, wat in die tijd meestal werkverschaffing betekende.

Over de toestand in Enkhuizen schrijft Jacob van Lennep in 1823: "De stad rondwandelende, vonden wij dezelve in een bedroevend en diep verval. Overal waren de schoonste huizen gesloopt, en die nog bestonden dreigden in te storten of stonden alleen, als treurden zij eenzaam op een kerkhof. Groote grasweiden, waar runddieren, paarden of schapen liepen vertoonden zich daar, waar voorheen trotsche gebouwen stonden: de magazijnen der eens zoo bloeiende Oost Indische Compagnie bestaan niet meer, slechts een huisgezin, dat nog meest te Leyden woont houdt nog koets en paarden, terwijl er in 1800 achttien waren, die zulks doen konden; de kleine visscherij levert weinig meer op; en de groote (haring) visscherij is bijna geheel vervallen."

In 1844 werken Hendrik, Eelke en Johannes aan het dempen van de Sint Pieterhaven samen met 165 andere Enkhuizenaren. Dat blijkt uit de nagelaten papieren van de commissie werkverschaffing. Op het land dat door het dempen is verkregen ligt tegenwoordig het Snouck van Loosenpark. Harme Bevoort heeft het werk in een gedicht vereeuwigd.

De handtekening die Jan zet bij het huwelijk van zijn broer Aaldert in 1820:

  Handtekening van Jan Jacobsz